De Morgen: Mobiliteitsplan invoeren en dan referendum? Geen goed bestuur
- mathieuvanhaelewyn
- 27 mrt 2017
- 3 minuten om te lezen

Er beweegt wat in Gent. De stad en haar inwoners maken zich op voor de invoering van het circulatieplan. Op 3 april, de eerste dag van de paasvakantie, treedt het plan onverbiddelijk in voege. Er is nu eenmaal te veel 21ste-eeuws verkeer dat het centrum van de Arteveldestad doorkruist. Daar zijn wij Gentenaars het allemaal over eens. Maar de manier waarop het plan uiteindelijk wordt ingevoerd, had anders gekund. Met meer inspraak. Met minder haast. En minder radicaal. Het 21ste-eeuwse Gent is een wirwar van verkeersgebruikers: bussen en trams, de auto’s van bewoners en eendagstoeristen, studenten en andere fietsers, de vele voetgangers en de leveranciers en pizzakoeriers die de Gentse bon vivants dagelijks bevoorraden. Dat er grenzen zijn aan de groei van het verkeer in de binnenstad is duidelijk.
De Gentse situatie smeekte om een ingreep. Een visie die de burger ertoe zou bewegen om alternatieve keuzes te maken wat zijn of haar mobiliteit in en door de stadsruimte betreft. Schepen Watteeuw (Groen) kwam aanzetten met een mobiliteitsplan, “om Gent leefbaar en bereikbaar te houden”. Een bypass om de dichtslibbende verkeersaders van de levendige stad weer zuurstof te geven. Vorig jaar reeds was er het parkeerplan, wat in feite neerkomt op een forse verhoging van de parkeertarieven. De schepen heeft de reputatie gekregen dat hij een anti-autobeleid voert. Een vaststelling die mij niet uit de lucht gegrepen lijkt.
Binnen een kleine twee weken ontrolt zich ook het circulatieplan in Gent. In een notendop komt het erop neer dat de binnenstad zal worden ontlast van doorgaand verkeer (lees: auto’s) door de stad op te delen in zes verschillende zones en een autovrij gebied. Die zones zijn onderling verbonden via de R40. Het succes van het Gentse circulatieplan staat of valt met het aanpakken van die stadsring. Maar net daar knelt het schoentje. De ringweg ligt het circulatieplan als een strop om de nek. En u kent de geschiedenis: Gentenaars hebben een ambivalente verhouding met stroppen.
Essentieel is dus het voorzien van enkele fundamentele randvoorwaarden. Wie minder auto’s in de stad wil, moet zorgen voor haalbare alternatieven, zoals een aantrekkelijk openbaar vervoer. Maatregelen om auto’s uit de stad te weren, mogen de stadsbewoner geld noch tijd kosten. Om nog maar te zwijgen van het weren van zwaar verkeer en een verbetering van de fiets- en voetgangersinfrastructuur.
Inspraak van het elfde uur
Bij dit alles betreur ik vooral dat er pas laat aandacht is gekomen voor inspraak door de burgers. Het boegeroep dat burgemeester Daniël Termont op de nieuwjaarsreceptie te horen kreeg, mag symptomatisch heten.
Om de vraag naar een referendum te pareren, kwam het stadsbestuur uiteindelijk met een burgerkabinet aandraven. Dat ging afgelopen woensdagavond officieel van start, met 150 uitgelote Gentenaars die het circulatieplan in de praktijk zullen evalueren en het stadsbestuur niet-bindende adviezen over knelpunten zullen geven. Maar het is nog wachten tot juni voor de eerste echte vergadering van dit orgaan.
Vrijdag trok een delegatie van de actiegroep IntelliGent Mobiel met een pak papier onder de arm richting de Botermarkt. In het stadhuis vroegen ze een referendum over de kwestie. Bijna 30.000 handtekeningen hebben ze daarvoor bij de Gentse burgers weten te verzamelen.
Nog los van het feit dat de uitkomst van zo’n referendum niet bindend is, is het toch een boude zet van het stadsbestuur om de uitslag daarvan als een zwaard van Damocles over dit project te laten hangen. Wij hebben voor uitstel gepleit, maar het stadsbestuur wil niet luisteren en kiest voor chaos in plaats van redelijkheid. En wat als blijkt dat er een veel kleiner draagvlak voor is dan tot nu toe gedacht?
(Opiniestuk van Veli Yüksel dat op 27 maart 2017 verscheen in De Morgen)